Het benodigde vermogen van een thuisbatterij hangt niet af van je jaarverbruik, maar van het deel van je gelijktijdige elektriciteitsvraag dat je op terugkerende momenten uit de batterij wilt laten komen. Kijk daarom naar je basislast, normale gebruikspieken en de duur van korte pieken.
Bij normaal on-grid gebruik hoeft de batterij niet iedere korte woningpiek volledig over te nemen: als de woning meer vraagt dan de batterij op dat moment levert, kan het elektriciteitsnet het resterende vermogen leveren. Je hoeft dus niet automatisch je hoogste gemeten piek als batterijvermogen te kiezen.
Korte conclusie
Benodigd batterijvermogen ≈ het deel van je terugkerende gelijktijdige belasting dat je bewust door de batterij wilt laten dragen. Meet eerst wat je woning tegelijk vraagt en bepaal daarna hoeveel daarvan de batterij moet bijdragen.
kW en kWh: welk getal beantwoordt welke vraag?
kW en kWh beschrijven twee verschillende eigenschappen. Voor een goede keuze heb je beide nodig, maar ze beantwoorden niet dezelfde vraag.
Meer opslagcapaciteit betekent dus niet automatisch meer uitgangsvermogen. Wil je weten hoeveel opslag je nodig hebt? Bereken dan apart de capaciteit van je thuisbatterij in kWh.
Hoeveel kW heb je werkelijk nodig? Begin bij je gelijktijdige belasting
De nuttigste meting is niet hoeveel stroom je in een heel jaar gebruikt, maar hoeveel vermogen je woning op terugkerende momenten tegelijk vraagt. Deel die meting op in drie niveaus: basislast, typische terugkerende belasting en korte hoge pieken. Bepaal daarna welk deel je door de batterij wilt laten dragen.
1. Meet je basislast
Begin met momenten waarop er weinig bijzonders gebeurt in huis. Kijk naar realtime verbruiksdata of P1-data over meerdere representatieve dagen. Zo zie je welk vermogen regelmatig aanwezig is zonder dat je één toevallig meetmoment tot norm maakt.
2. Zoek terugkerende gebruikspieken
Kijk vervolgens naar normale ochtend- en avondmomenten waarop meerdere verbruikers tegelijk actief zijn. Niet alleen de hoogte van zo'n belasting is relevant, maar ook hoe vaak en hoe lang die terugkomt. Een terugkerende belasting zegt meer over een nuttige batterijbijdrage dan een losse uitschieter.
3. Scheid korte pieken van langdurige belasting
Je hoogste gemeten piek is niet automatisch het vermogen waarop je moet dimensioneren. Vraag eerst of je wilt dat de batterij die korte piek volledig overneemt, gedeeltelijk ondersteunt of juist niet als maatgevend behandelt. Bij normaal on-grid gebruik kan het net een resterend deel van de woningvraag leveren.
4. Kies welk deel de batterij moet dragen
Pas nu vertaal je de meting naar een vermogensdoel. Als je terugkerende gelijktijdige belasting hoger is dan het batterijvermogen, hoeft dat niet automatisch een probleem te zijn. Het kan juist een bewuste keuze zijn om alleen een bepaald deel van die belasting met de batterij af te dekken.

Bekijk eerst je eigen vermogensprofiel
Gebruik realtime P1-data om je basislast, terugkerende belasting en korte pieken uit elkaar te houden voordat je een batterijvermogen kiest.
Bekijk eerst je eigen vermogensprofielWat gebeurt er als je huis meer vraagt dan de batterij levert?
Bij normaal on-grid gebruik kan het elektriciteitsnet het verschil leveren wanneer de woningvraag hoger is dan de batterijbijdrage. De batterij hoeft dus niet per se de volledige gelijktijdige belasting te dekken.
Vereenvoudigd voorbeeld: vraagt je woning op een bepaald moment 2,0 kW en draagt de batterij 0,8 kW bij, dan komt ongeveer 1,2 kW van het net. Dit voorbeeld geldt voor normaal on-grid gebruik en mag niet één op één worden toegepast op off-grid- of noodstroomsituaties.
800, 2400 of 3500 W: wat zegt dat in de praktijk?
Deze drie waarden zijn nuttig als vergelijkingsniveaus, zolang je ze leest als mogelijke batterijbijdrage aan de woningvraag. Ze zeggen niet automatisch welke apparaten een batterij gegarandeerd kan voeden en vormen geen universele aanbeveling voor ieder huishouden.
800, 2400 en 3500 W zijn hier vergelijkingsniveaus uit consumentenvragen. Het zijn geen drie Sunpura-productvarianten en ook geen universele aanbevelingen.
Laadvermogen en ontlaadvermogen zijn twee aparte keuzes
Een batterij hoeft niet even snel te laden als je haar wilt laten ontladen. Voor ontladen kijk je naar de woningvraag die je met de batterij wilt ondersteunen. Voor laden kijk je naar hoeveel energie er werkelijk beschikbaar is om op te slaan en hoeveel tijd je daarvoor hebt.
Ontladen: kijk naar de belasting die je wilt ondersteunen
Ontlaadvermogen bepaal je met hetzelfde coverage-model als hierboven: welke terugkerende gelijktijdige belasting zie je, en welk deel daarvan wil je op die momenten door de batterij laten leveren? Het antwoord volgt dus uit je eigen meetprofiel en doel, niet uit een standaardlijst met apparaten.
Laden: kijk naar werkelijk overschot, niet alleen naar kWp
Bij zonnepanelen is het geïnstalleerde piekvermogen in kWp niet hetzelfde als het vermogen dat op een bepaald moment beschikbaar is om de batterij te laden. Als conceptuele energiebalans kun je kijken naar: zonne-overschot = actuele opwek − direct huishoudelijk verbruik. Dat werkelijke overschot, samen met de beschikbare laadperiode, is relevanter voor je laadvermogenskeuze dan alleen het nominale PV-vermogen.
Continu, maximaal en piekvermogen: vergelijk hetzelfde met hetzelfde
Datasheets kunnen meerdere vermogenswaarden naast elkaar noemen. Vergelijk daarom nooit twee systemen op één getal zonder ook de bedrijfsmodus en, bij een piekwaarde, de toegestane duur te controleren.
Meer batterijmodules betekent niet automatisch meer kW
Modulaire uitbreiding kan de hoeveelheid opgeslagen energie vergroten zonder dat het ondersteunde vermogen van één complete batterij-unit automatisch meestijgt. Dat is precies waarom kWh en kW apart beoordeeld moeten worden.
Bij de S2400 vergroten extra B2400-batterijmodules de opslagcapaciteit, maar verhogen ze niet automatisch het ondersteunde laad- of ontlaadvermogen van één complete S2400-unit. Meer systeemvermogen vraagt om een architectuur met meerdere complete units; de concrete fase- en installatiekeuze valt buiten deze pagina.
Heb je een 3-fasenaansluiting? Bekijk apart hoe een 1-fase thuisbatterij daarin past. Wil je de andere systeemroute begrijpen, lees dan meer over wanneer een 3-fasenopstelling relevant is.
S2400: welke vermogenswaarden zijn bevestigd?
Bij de S2400 staan meerdere vermogenswaarden naast elkaar. Die hebben elk een eigen betekenis. De tabel hieronder houdt de bevestigde Registry-velden bewust gescheiden.
Deze waarden zijn dus niet onderling uitwisselbaar. Met name 2400 W maximaal on-grid mag niet worden gelezen als 2400 W nominaal on-grid. Bekijk de bevestigde specificaties van de S2400.
Wanneer moet je verder kijken dan alleen kW?
Vermogen is maar één deel van de keuze. Als je weet hoeveel batterijbijdrage je op terugkerende momenten wilt, controleer je daarna hoeveel energie je wilt opslaan, hoe je woningverbruik over de tijd verloopt en welke systeemopbouw bij je aansluiting past.
- Voor kWh: gebruik de capaciteitsberekening om opslagduur en energiehoeveelheid apart te beoordelen.
- Voor meten: gebruik P1-data om basislast, terugkerende belasting en korte pieken over meerdere representatieve dagen te zien.
- Voor fasen: beoordeel 1-fase en 3-fase als een aparte compatibiliteits- en systeemvraag, niet als een automatische vermogensregel.
- Voor warmtepomp of EV: kijk naar het werkelijke elektrische vermogen, welke belastingen tegelijk actief zijn en welk deel je bewust door de batterij wilt laten ondersteunen.